‘Ik kon het met iedereen supergoed vinden’
Jorinde van Klinken, houder van het Nederlands record discuswerpen en zilveren medaillewinnares op het WK, ging als kind drie keer in de week met de trein en de vouwfiets van Assen naar Atletiekcentrum Stadspark, thuishaven van Groningen Atletiek. Ze herinnert zich sneeuw, regen, een toptrainer en een hele leuke trainingsgroep.
Hoe oud was je toen je lid werd van Groningen Atletiek?
“Poeh, ik weet het niet precies meer, maar ik denk rond 2012 of 2013 of zoiets. Ik zat in de eerste klas van de middelbare school in Assen. In het begin trainde ik een keer in de week in het Stadspark, later drie keer, ’s avonds, drie uur werptraining bij Joop Tervoort. Hij was ook de reden dat ik naar Groningen kwam, omdat ik op zoek was naar een goeie werpcoach.”
Hoe kwam je daar dan, als twaalfjarige? Zelf met de trein?
“In het begin werd ik gebracht door mijn ouders, maar later ging ik met het vouwfietsje in de trein.”
Wat herinner je je van de sfeer en de faciliteiten op de atletiekbaan?
“In het Stadspark is geen indoorhal, dus je moest altijd buiten trainen, ook als het regende of sneeuwde of min-5 was. Het was nooit reden om een training te skippen. Mijn familie zegt wel eens voor de grap: daarom heb je het zo ver geschopt, omdat je in weer en wind nooit een training hebt overgeslagen. Weet je, ik ben iemand die het niet zoveel uitmaakt in wat voor omstandigheden ik moet trainen. De baan in Groningen is prima. Ik kon daar perfect trainen.
Ik vond het ook gewoon heel leuk hè, dat maakt het makkelijker. Joop is gewoon een hele goede en leuke trainer, en we hadden een hele leuke trainingsgroep, waar veel mensen in zaten die een hele hoge drive hadden.”
Wie is je bijgebleven uit die tijd?
“Er zaten heel veel toppers in één groep. Thomas Zaw, Charlene Okken, Lieke Muller, Eva Reinders, Danara Stoppels, Bjorn van Kins kwam er later bij. Ik kon het met iedereen supergoed vinden, dat maakt het nog veel leuker natuurlijk.”
Terwijl je klasgenoten thuis in Assen aan hun huiswerk zaten, stond jij op de atletiekbaan in Groningen. Hoe heb je dat aangepakt?
“Tja, ik moest vast nog wel eens huiswerk maken als ik om negen of tien uur thuiskwam. De trein is twintig minuten, dan kun je ook niet veel doen. Maar ik moet zeggen dat ik dat gedeelte ook een beetje uit mijn geheugen heb gewist.”

