Naar boven
Sport050 logo
Hèt platform voor bewegend Groningen
Zoeken
Uitgebreid zoeken

Sportclubs als sociale verbinder

Na twee jaar coronapandemie zijn alle beperkingen opgeheven en is sport weer zonder belemmering mogelijk. Vanuit het Omnium op Sportpark Corpus den Hoorn kijken Annemarie Wolzak en Peter Eppinga van Medisch Centrum Zuid (MCZ) naar de actuele ontwikkelingen. Ze pleiten voor een bredere blik op het sportaanbod, zowel in georganiseerd als ongeorganiseerd verband.

De individuele buitensport nam een enorme toeloop in coronatijd. Dat had ook zijn keerzijde. “Mensen gingen heel gedwongen een sport doen die ze niet gewend waren om te doen,” blikt Eppinga terug. “Daardoor ontstonden blessures en demotivatie en haakten mensen weer af. Er wordt nog wel onderschat wat corona met de hele maatschappij heeft gedaan. Nu mag er weer veel en zie je heel veel bonden ongelooflijk veel wedstrijden in korte tijd laten afwerken. Het gaat zijn doel wel wat voorbij. Plezier moet voorop staan en blessures door overbelasting liggen op de loer.”

SOCIAAL
“Hardlopen en wandelen nam een enorme vlucht. Het was onwijs druk buiten, maar inmiddels ben ik zelf een uitzondering die het heeft volgehouden. Zoek naar een stimulans om maandag te lopen en woensdag opnieuw te gaan. De uitdaging is een platform te creëren om het te stimuleren en er een community van te maken. Maar de oplossing ligt ook bij mezelf. Waarom haal ik 's avonds mijn buurvrouw niet op om te gaan wandelen? We zijn vaak best individueel bezig.”

UITDAGING
Wolzak ziet ook een uitdaging in de inrichting van de omgeving. “We moeten heel goed kijken naar hoe we onze oude en nieuwe wijken inrichten. Is er nog genoeg ruimte om vrijuit buiten te spelen en te recreëren? Het moet uitnodigend zijn om buiten te zijn en ook met een veilig gevoel. En de geschikte openbare ruimte die er is, moet je ook nog eens met elkaar delen. Ook voor sportclubs ligt er een uitdaging om meer open te staan voor mensen die graag in beweging willen komen. Bijvoorbeeld door aan te haken op de 'gecombineerde leefstijl interventie'. De drempel om lid te worden van een club is vaak nog groot.”

BREDER AANBOD
“Buitensport moeten we zo laagdrempelig mogelijk houden voor iedereen,” vult Eppinga aan. “Zo dichtbij mogelijk zou iedereen gedifferentieerd moeten bewegen. Het zou goed zijn om aan te sturen op omnisportclubs waar zoveel mogelijk verschillende sporten worden aangeboden voor kinderen. Met een multifunctioneel speelveld. De verschillende takken van sport zouden zich moeten presenteren als complete aanbieders van sport en bewegen. Het kan ook nog eens een tekort aan vrijwilligers oplossen of een aanpak zijn voor eenzaamheid.” Wolzak ziet ook kansen voor de buitenaccommodaties om meer gebruikt te worden. “In coronatijd is er veel buiten gedaan, maar nu gaat iedereen weer terug in zijn eigen hokje. Waarom gaan we niet zoveel mogelijk naar buiten om te bewegen. Er wordt misschien nog wel wat teveel gedacht in seizoenen. Een kind zou in zijn basisschooltijd met elke tak van sport in aanraking moeten komen. Daar ligt een flinke uitdaging voor het bewegingsonderwijs.”

UITDAGINGEN
Eppinga constateert dat sporters in de loop der jaren ook niet meer heel erg gewend zijn aan wisselende situaties. “We zijn niet meer gewend aan verschillende uitdagingen, zoals bijvoorbeeld een hobbelig veld. Iedereen is gewend aan een keurig egaal kunstgrasveld en je leert op die manier niet meer omgaan met verschillende omstandigheden. Dat zou juist wel goed zijn voor je motoriek.” Wolzak ziet dat er een markt is voor samen bewegen: “We hebben vanuit MCZ meegedaan aan de Diabetes Challenge en zijn daar vervolgens ook mee verder gegaan. Er ligt een uitdaging voor sportaanbieders. Ik hoop dat de overheid bewegen ook steeds meer als preventie gaat zien. Het begint bij in de eigen buurt kunnen sporten. Dat iedereen uitgedaagd wordt, zowel thuis als ook op school. Binnen het Omnium en bij MCZ kijken we steeds meer hoe we mensen kunnen stimuleren om in beweging te blijven.”