Naar boven
Sport050 logo
Hèt platform voor bewegend Groningen
Zoeken
Uitgebreid zoeken

Terug naar de plek

Roeister Annemiek de Haan (40), winnaar van drie Olympische medailles met de Vrouwen Acht, is voor even terug op haar oude club De Hunze in Groningen.

Waarom ging je roeien?
“Mijn tante was hier jeugdcommissaris. Er was een open dag, in 1994, ’95. Ik was 14. Ik vond de skiffjes leuk, de eenpersoonsbootjes. Ik ben lid geworden en kwam in de jeugdploeg.”

Wat vond je leuk aan roeien?
“Al snel hadden we in de jeugdploeg een groep meiden en kwam de vraag wat je wilde: regioroeien, om de taarten, of wedstrijdroeien. Ik ging dat laatste doen. Dan moest je wel vier, vijf keer in de week trainen.”

Waar trainde je?
“Meestal op het Willemskanaal. De diepen in de stad zijn drukker met bruggen en bootjes. Glad water is het fijnst. Geen golven of wind, dan roei je het lekkerst.”

Wat is er dan zo fijn?
“Op een gegeven moment had je door met wie je makkelijk roeide. Dan ging je heel hard, en dan voel je die boot onder je doorlopen. Als je helemaal synchroon met iemand zit, dat geeft een heel fijn gevoel.”

Kom je uit een roeifamilie?
“Helemaal niet. Mijn ouders kwamen wel eens kijken in Groningen, maar ze gingen niet vaak mee naar Amsterdam, waar de meeste wedstrijden waren. Op vrijdag gingen we er vaak al naartoe. Slapen op de camping, op een luchtbedje.”

Was jouw jeugd anders dan die van anderen?
“Niet heel anders. Ik heb het gedaan omdat ik het leuk vond. M’n ouders wisten er niet veel van, ik moest uitleggen wat ik deed. Het was wel gezellig hier. Met vriendinnen van het Willem Lodewijk Gymnasium ging ik na school vaak naar de club. Op mijn achttiende ging ik studeren in Amsterdam en roeien bij de club Skøll.”

Wat kon jij goed als roeier?
“Ik was niet heel sterk maar wel lang. Met lange halen ga je sneller. Het is timing en coördinatie. Als je op het verste punt zit, daar moet dat blad erin. Roeien is twee kilometer pijn lijden. Dat is de truc: als je moe wordt, en je hebt pijn, dat je dan hetzelfde blijft doen.”

Je hebt de meeste prijzen gehaald bij de Vrouwen Acht
“Ik heb hem ook gehaat, de acht. Als het niet loopt, is het trekken aan een dood paard. Maar als het lukt is het heerlijk. De acht is natuurlijk de snelste boot van allemaal.”

Hoe reageerde je oude club op je successen?
“Na elke Olympiade werd ik weer uitgenodigd om m’n medaille hier te laten zien.”

Je bent weer terug op de club toch?
“Ik ben wel lid, maar ik moet eerlijk zeggen, ik heb al twee jaar niet meer in een roeiboot gezeten. Ik zou hier weer wat vaker moeten komen.”

TEKST: BERT NIJMEIJER
FOTO: RONALD LOWIJS